Verzoek overeenkomstig art. 584 Ger. W. in geval van volstrekte noodzakelijkheid

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg doet, in gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt…
De zaak wordt voor de voorzitter aanhangig gemaakt in kortgeding of, in geval van VOLSTREKTE NOODZAKELIJKHEID , bij verzoekschrift.

In een rechtstaat, zoals België er een is, is het tegensprekelijk geding een fundamenteel recht. Dit  tegensprekelijk debat kan georganiseerd worden op korte termijn ( zie verzoek tot verkorting van termijn).

Enkel in geval van volstrekte noodzakelijkheid kan een vordering op grond van art. 584 Ger. W. bij eenzijdig verzoekschrift ingeleid worden. Deze volstrekte noodzakelijkheid moet aangetoond worden door de verzoek(st)er.

Normaal wordt het verzoek tot rechtsbijstand voor het bureau voor rechtsbijstand gebracht. Een beslissing volgt altijd binnen de veertien dagen.

Ook de gerechtsdeurwaarder wordt in een aantal wettelijke bepaling tevens gemachtigd om een eenzijdig verzoekschrift in te dienen, zijnde :
1.  het eenzijdig verzoekschrift tot verkorting van de termijn van dagvaarding (art. 708, 1036, 1040 Ger.Wb.)
2.  het eenzijdig verzoekschrift tot vernieuwing van het bewarend beslag op roerend goed (art. 1426 Ger.Wb.)
3.  het eenzijdig verzoekschrift tot vernieuwing van het bewarend beslag op onroerend goed (art. 1437 Ger.Wb.)
4.  het eenzijdig verzoekschrift tot vernieuwing van het bewarend beslag onder derden (art. 1459 Ger.Wb.)
5.  het eenzijdig verzoekschrift tot vernieuwing van het bewarend beslag op zee- en binnenschepen (art.1475 Ger.Wb.)
6.  het eenzijdig verzoekschrift om toelating tot bewarend beslag op roerend goed buiten de woonplaats van de schuldenaar en bij een derde (art. 1503 Ger.Wb.)
7.  het eenzijdig verzoekschrift om toelating tot het openen van een brandkast bij een derde (art. 1505 Ger.Wb.)
8.  het eenzijdig verzoekschrift om toelating tot het voeren van een uitgebreide publiciteit voor de openbare verkoping na uitvoerend beslag op roerend goed (art. 1516 Ger.Wb.)
9.  het eenzijdig verzoekschrift om toelating tot de verkoping van kunstvoorwerpen, ter waarde van ten minste 500 euro (art. 1519 Ger.Wb.)
10. het eenzijdig verzoekschrift om op een geschikter plaats aangeslagen roerend goed te verkopen (art. 1522 Ger.Wb.)
11. het eenzijdig verzoekschrift tot hernieuwing van de overschrijving van het exploot van bevel voorafgaandelijk het onroerend beslag (art. 1567 Ger.Wb.)
12. het eenzijdig verzoekschrift tot vernieuwing van de overschrijving van het beslag op onroerend goed (art. 1569 Ger.Wb.)