Eenzijdige verzoekschriften

De eenzijdige verzoekschriften worden behandeld door de voorzitter of door een door hem aangeduid magistraat.

Een eenzijdig verzoekschrift, overeenkomstig art. 1026 Ger. W. dient ondertekend door een advocaat.
Deze bepaling heeft enkel tot doel, dankzij de deontologische regelen waaraan de balies onderworpen zijn, de belangen van derden bij een rechtspleging op eenzijdig verzoekschrift te waarborgen (Cass. 29 oktober 1976, RW 1976-1977, 1399). Kortom de voorzitter dient te vertrouwen dat in de feitelijke opsomming en opsomming van de gevoerde procedures de waarheid wordt voorgehouden en uit te gaan van een deontologisch correct gedrag van de advocaat die het verzoekschrift ondertekent.  Een rechter mag er niet van uitgaan dat een advocaat in een door hem ondertekend en trouwens opgesteld eenzijdig verzoekschrift, de waarheid zou verzwijgen. 

Een eenzijdig verzoekschrift wordt neergelegd in TWEE exemplaren op de dienst Boekhouding (lokaal E103).  

Het rolrecht bedraagt 60 euro (daar bovenop dient nog 20 euro bijdrage voor het begrotingsfonds per verzoekende partij betaald te worden). Verzoekschriften voor de voorzitter zijn zelden vrijgesteld van rolrecht. Enkel indien het verzoek handelt over materies weergegeven in de artikelen 161 en 162 (uitgezonderd art. 162, 13° W. Reg.) van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (art. 279 W. Reg.) is het verzoekschrift vrijgesteld van rolrechten. Deze vrijstelling wordt beoordeeld door de dienst boekhouding. Hieronder valt onder meer een hoogdringend verzoekschrift tot rechtsbijstand. Een verzoekschrift waarvoor rechtsbijstand is toegekend wordt Pro Deo ingeschreven.

Per jaar worden er een 900 tal eenzijdige verzoekschriften neergelegd.
Deze worden vrijwel altijd  binnen de 24 uur behandeld.

Hieronder volgt een overzicht van procedures dewelke bij eenzijdig verzoek kunnen worden ingeleid, met aanduiding van de stukken die bij het verzoekschrift dienen gevoegd, zonder dat uitgesloten wordt dat in individuele zaken nog andere stukken vereist zijn:

1. Verzoek aanstelling pro-voogd over een minderjarige

2. Verzoek tot aanstelling van een gerechtelijk beheerder van een onbeheerde nalatenschap

3. Verzoek tot machtiging aflevering van tweede uitgifte

4. Verzoek overeenkomstig art. 584 Ger. W. in geval van volstrekte noodzakelijkheid

Volgende eenzijdige verzoekschriften behoren thans toe aan de Familierechter en dienen alzo gericht te worden:

1. Verzoek tot machtiging betrapping/vaststelling overspel

2. Verzoek tot inbezitstelling van een algemeen legaat bij eigenhandig of internationaal testament