U hebt een bouw- of aannemingsgeschil?

De behandeling van bouw- en aannemingszaken in de afdeling Antwerpen van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen

De kamer AB12, voorgezeten door drie ter zake ervaren rechters, behandelt in de afdeling Antwerpen alle bouw- en aannemingszaken.

Het betreft alle zaken die betrekking hebben op bouwgeschillen, o.a. aanspraken ten aanzien van bouwpromotoren, bouwheren, aannemers, architecten en ingenieurs, maar ook geschillen omtrent burenoverlast tengevolge van de toestand van naburige gebouwen.

Bouwzaken duren soms lang en zijn soms duur, maar de rechtbank tracht waar mogelijk alternatieve procedures toe te passen, die moeten toelaten om een bouwzaak toch snel en tegen een beperktere kostprijs te beslechten.

Het technische aspect dat bijna onvermijdelijk verbonden is aan dit soort van geschillen, brengt met zich mee dat er minder mogelijkheden tot eenvoudige verzoening zijn omdat de rechtbank omwille van deze techniciteit van de opgeworpen geschillen veelal een beroep zal moeten doen op een technisch deskundige, zoals een architect of een ingenieur.

Indien er nog geen geschil voor de rechtbank aanhangig is gemaakt, kan in sommige gevallen van eerder technische aard een beroep worden gedaan op de Verzoeningscommissie Bouw.

Een procedure met deskundigenonderzoek kan de kostprijs van de zaak omhoogjagen, evenals de duurtijd van de procedure, maar is soms noodzakelijk, bij voorbeeld door het groot aantal partijen dat betrokken is, dan wel omwille van de complexiteit van het probleem (bijv. een appartementencomplex met veel eigenaars en diverse aannemers en geen eenvoudige gebreken die soms diepgaande onderzoeken vragen).

In sommigen gevallen is de problematiek echter eenvoudiger en kan de rechtbank alternatieven overwegen om tot een vluggere, en beter betaalbare procesgang te komen.

De bouwkamer zet om deze redenen sedert enkele jaren in op de volgende afhandelingswijzen, al naargelang de aard van de zaak (complexiteit van het probleem, aantal en aard van de partijen):

  • een plaatsbezoek, of het ter plekke gaan door de rechter en de griffier samen met een technisch deskundige. In aanwezigheid van de partijen en hun raadslieden inspecteren zij de gebreken, gaan na of een akkoord of afspraken mogelijk zijn, dan wel hoe de zaak zo proceseconomisch mogelijk kan worden verder gezet;

  • een beperkt deskundig onderzoek waarbij de kostprijs en de duurtijd van het deskundigenonderzoek, - in meer eenvoudige zaken – uitdrukkelijk wordt beperkt en de zaak na een bezoek en een beperkt rapport van de technisch deskundige, terug op de zitting wordt gebracht;

  • een gewoon deskundig onderzoek met een zeer beperkte opdracht.

Afhankelijk van de concrete problematiek zal de rechtbank kiezen tussen één van deze mogelijkheden. De keuze tussen deze mogelijkheden kan niet worden opgelegd aan de rechtbank maar de rechtbank laat haar keuze wel mee bepalen door de proceshouding die partijen aannemen.

Het is in deze zaken voor de partijen steeds van belang om, vooraleer tot een procedure over te gaan, of ook na het aanvatten ervan, het (technisch) voorwerp van hun discussie in de mate van het mogelijke te beperken zodat dit technisch onderzoek meteen ook in kostprijs en in duurtijd kan worden beperkt.

De rechtbank benadrukt dat bij ieder van de hierboven aangehaalde mogelijkheden, het bereiken van een verzoening tussen partijen voorop staat. Dit staat ook uitdrukkelijk bepaald in de opdrachten die aan de deskundigen worden gegeven.

Mits een goede samenwerking tussen partijen, rechtbank en deskundigen, die er steeds op moet gericht zijn om tot een voor de partijen aanvaardbare oplossing te komen, kan door de vermelde werkwijzen zoveel mogelijk een snelle en economisch verantwoorde afhandeling van bouwzaken worden gerealiseerd.