Inleidingen op burgerlijke kamers

 

 Opsomming van de materies die regelmatig verkeerd worden ingeleid. 

Een volledig overzicht staat in het reglement van de rechtbank dat u kan terugvinden onder “algemene info” provincierechtbank.

 

Bouwkamer AB12

De bouwkamer neemt kennis van vorderingen inzake:

1° bouwzaken;

2° aannemingsovereenkomsten met betrekking tot gebouwen of onderdelen ervan (bijv. keukens, schilderwerken), inbegrepen facturen;

3° ereloon en beroepsaansprakelijkheid van architecten en aannemers;

4° schadevergoeding in verband met onroerende goederen;

5° bouwzaken, in het bijzonder aansprakelijkheid  terzake en de daarmee verband houdende terugvorderingen;

6° bouwzaken, in het bijzonder verzekeringsrecht terzake en de daarmee verband houdende terugvorderingen

Inleiding op vrijdag om 9 uur voor kamer AB12

 

erfopvolging, schenkingen en testamenten;  kamer AF1 en AF2

inleiding op kamer AF1 op maandag om 9 uur.

 

Vereffening en verdeling   (dus ook van onroerende goederen, uit onverdeeldheid treding)

Kamer AF 1 en AF 2 : vereffening en verdeling met uitzondering van de vereffening en verdeling van huwelijksvermogensstelsels na echtscheiding, na scheiding van tafel en bed en na gerechtelijke scheiding van goederen en met uitzondering van de vereffening en verdeling tussen  al dan niet wettelijk samenwonenden of ex wettelijk samenwonenden;

Inleiding op  kamer AF1 op maandag om 09.00 uur

 

De kamer AF3 : vereffening en verdeling van huwelijksvermogensstelsels na echtscheiding, na scheiding van tafel en bed en na gerechtelijke scheiding van goederen en de vereffening en verdeling tussen al dan niet wettelijk samenwonenden of ex wettelijk samenwonenden;

- inleiding op  AF3 op dinsdag om 09.00 uur;

 

Openbare aanbestedingen: kamer AB14, inleiding AB10 

 

In principe dienen foutief ingeleide zaken bij toepassing van art. 88 Ger. W. te worden overgemaakt aan de voorzitter van de rechtbank die na advies van de Procureur des Konings de juiste kamer bepaalt.

Omdat dit onnodig tijdverlies met zich meebrengt, worden deze zaken ten behoeve van de rechtszoekende soms toch behandeld of worden ze via een oneigenlijk gebruik van de procedure zo vlug mogelijk op de juiste kamer gefixeerd (bijv. rolverzending gevolgd door vrijwillige verschijning voor de juiste kamer of verzoek vaststelling 803, verzoekschrift vaststelling bij toepassing van art. 19 al. 2 Ger. W. ter beschikking gelegd op de zitting waarop dan een datum wordt gegeven voor inleiding op de juiste kamer).

Dit heeft echter tot gevolg dat er tijd verloren gaat op de zitting, dat het dossier onnodige vertraging oploopt, maar ook dat de advocaten nodeloos op de zitting moeten verschijnen. Bovendien belast dit de griffie – die zoals u weet reeds overbelast is - onnodig omdat zij de zaken opnieuw dienen vast te stellen.

Wat de zaken betreft die tot de bevoegdheid van de familierechtbank behoren en die worden ingeleid voor een burgerlijke kamer, zit er niets anders op dan toepassing te maken van art. 88 Ger.W.